Gerard gaat wandelen

Gerard Treffers had besloten meer te bewegen. Dat besluit nam hij op een maandagochtend, zittend aan tafel, met koffie en een tweede koekje. Het eerste koekje had bij de koffie gehoord. Het tweede bij de besluitvorming.

“Je zou eens een stukje kunnen wandelen,” zei zijn vrouw.

“Ik ben bezig.”

“Waarmee?”

“Een route bedenken.”

Ze keek naar het koekje.

“Via de voorraadkast?”

Gerard vond dat zijn denkwerk thuis weinig aanzien genoot.

Vroeger liep je gewoon ergens naartoe. Naar school, naar de winkel, naar iemand die nog niet wist dat je kwam. Tegenwoordig moest wandelen worden bijgehouden. Afstand, tempo, hartslag. Zijn telefoon kon zelfs vaststellen of hij voldoende bewoog, terwijl dat ding zelf de hele dag op tafel lag.

Zijn dochter had een stappenteller geïnstalleerd.

“Tienduizend stappen per dag, pap.”

Gerard had geknikt alsof dat een redelijk voorstel was. Later had hij uitgerekend hoeveel keer hij daarvoor naar het koffiezetapparaat moest.

Het werd een pittige dag.

Maar vandaag zou hij naar buiten gaan. Echt wandelen. Hij trok stevige schoenen aan, nam zijn telefoon mee en vertelde zijn vrouw dat ze hem voorlopig niet terug hoefde te verwachten.

“Neem dan meteen een komkommer mee.”

Dat vond hij jammer. Hij vertrok als ontdekkingsreiziger en was voor hij de deur uit was al weer boodschappenjongen.

Bij de hoek keek hij op zijn telefoon.

218 stappen.

Dat viel tegen. Hij voelde zich al duidelijk iemand die een eind gelopen had.

Hij besloot door het park te gaan. Daar kwam hem een jonge vrouw tegemoet in sportkleding. Ze rende soepel voorbij en zei opgewekt goedemorgen, zonder zichtbaar zuurstof tekort te komen.

Gerard zei ook goedemorgen, maar pas toen ze al tien meter verder was. Hij moest zijn adem een beetje verdelen.

Bij een bankje bleef hij staan.

Je moest ook van de natuur genieten. Anders kon je net zo goed op een loopband gaan staan. Hij ging zitten en keek naar een eend. De eend keek terug met de rustige overtuiging van een dier dat zijn dagelijkse beweging nergens hoefde te registreren.

Gerard kreeg een idee voor een column.

Dat gebeurde vaker als hij ergens aan begon waarvoor hij eigenlijk iets anders moest doen. Hij pakte zijn telefoon en typte:

De moderne mens loopt zich een ongeluk om van zijn telefoon te horen dat hij goed bezig is.

Een mooie openingszin, vond hij.

Hij las hem nog eens.

Toen veranderde hij ‘moderne mens’ in ‘westerse mens’.

Daarna weer terug.

Een kwartier later had hij drie zinnen, een koude neus en nog steeds 218 stappen.

Een oudere man met een hond bleef bij het bankje staan.

“Even uitrusten?”

“Aan het schrijven.”

“O.”

De man keek naar Gerards wandelschoenen.

“Over wandelen,” voegde Gerard toe.

De man knikte. “Zo doe ik het ook het liefst.”

Dat beviel Gerard. Eindelijk iemand met begrip voor het vak.

Op weg naar de supermarkt begon zijn telefoon te trillen.

Tijd om te bewegen!

“Ik loop,” zei Gerard hardop.

Een passerende fietser keek om.

“Ik had het tegen mijn telefoon.”

De fietser trapte wat harder door.

Bij de supermarkt kocht Gerard de komkommer en, omdat een mens na inspanning iets nodig heeft, een zak gevulde koeken. Hij koos de kassa achter in de winkel. Extra meters. Je kon best bewust met je gezondheid bezig zijn zonder daar moeilijk over te doen.

Thuis vroeg zijn vrouw hoe het was geweest.

“Heerlijk. Je hoofd wordt er helemaal leeg van.”

“Heb je wat kunnen schrijven?”

“Een halve column.”

“Dus zo leeg was het ook weer niet.”

Gerard ging zitten en bekeek zijn score.

2.846 stappen.

Hij hield de telefoon even op armlengte, maar daar werd het getal niet groter van.

“Hoeveel moest je er ook alweer?” vroeg zijn vrouw.

“Dat hangt van je leeftijd af.”

“Volgens wie?”

“Ik ben nog bronnen aan het zoeken.”

Die avond liep hij tijdens het tandenpoetsen heen en weer door de badkamer. Daarna nog een paar keer over de overloop. Bij de slaapkamerdeur keek hij tevreden op het scherm.

Nog steeds 2.846.

Zijn telefoon had beneden op tafel gelegen.

Gerard bleef even staan.

Toen ging hij naar bed.

Morgen zou hij een column schrijven over de betrekkelijkheid van cijfers.